Grábrók en schiereiland Snæfellsnes

Dag 17, woensdag 2 juli 2003, regenachtig
351 km over wegen 702, 1, 60, 54, 58, 54, 56, 54. 574, 579 en 574

Over de ringweg, het vele vakantieverkeer tegemoet, reden naar de krater Grábrók. Een stukje terug over de ringweg volgden we de deels zeer slechte weg 60 naar weg 54 welke langs de noordkust van het schiereiland Snæfellsnes. Naar gelang we verder het schiereiland op reden werd het uitzicht beter.

Na een bezoek aan de omgeving van Stykkishólmur reden we een stuk over de weg 56 naar de 311 meter hoge pas Kerlingarskarð voor het bewolkte uitzicht waardering 7 om vervolgens weer terug te keren naar weg 54.
Door het 4000 jaar oude lavaveld Berserkjahraun en via Grundarfjörður, met de opvallende heuvel Kirkjufell waardering 5 van 463 meter, reden na het kruispunt over weg 574 rechtdoor door Ólafsvík naar Rif waar we tussen de Noorse Sterns door tijdelijk redelijk goed zicht op de met ijs overkapte vulkaan Snæfellsjökull van 1446 meter hoog hadden.

De slechte zijweg richting Öndverðarnes bracht ons naar het gele zand strandje Skarðsvík voor een kortstondig zonnebad. waardering 6 Over weg 574, langs de kraters Saxhóll en Berudalur reden we, via een zijweg, naar het kiezelstrand Djúpalónssandur. Dichtbij een gat in een rots liggen 4 stenen van 154, 100, 54 en 23 kg voor het oprapen. Wie in vroeger de steen van 54 kilo niet kon tillen telde niet mee. Helaas lukte het mij niet om de steen van 23 kilo te tillen. waardering 7

Verder over weg 574, langs de twee stenen zuilen Lóndrangar van 75 en 61 meter hoog reden we via een zijweg naar de camping bij het gehuchtje Hellnar waar een schitterende wandeling begon.